Magister  |  Webmail  |  Office 365  |  Google G Suite  |  Cool  |  Printportaal       
Klik hier voor de schoolregels
loopbaandossier
Hub van Doornecollege - Leerlingbegeleiding - SDD training

SDD – training

Stop-Denk-Doe-training

Meestal leren jongeren hun impulsen te beheersen tijdens hun ontwikkeling. Er zijn jongeren die dat minder goed lukt. Dit betekent dat zij de natuurlijke ‘rem’ niet of minder goed hebben om hun impulsen te beheersen. In sommige gevallen doen zij het eerste wat in hen opkomt en denken niet goed na over de gevolgen ervan. Ook hebben zij concentratieproblemen, zijn ze snel afgeleid en motorisch onrustig.
Impulsieve en drukke (hyperactieve) jongeren met aandachtsproblemen kunnen zichzelf, hun opvoeders en docenten voor forse problemen stellen. De Stop-Denk-Doe-training is een manier om deze problematiek gericht aan te pakken. In een aantal bijeenkomsten wordt de jongere de Stop-denk-doe methode geleerd. Ook de ouder/opvoeder wordt dit geleerd en kan dit later thuis toepassen. Het beste resultaat krijg je als deze methode op elke plek hetzelfde wordt toegepast. Zo blijven de leerlingen leren in elke situatie. Daarbij is het ook niet te verwachten van de jongeren met deze problematiek dat zij het geleerde in de ene situatie al in de andere situatie direct kunnen toepassen. Als docent zou je daar aan bij kunnen dragen, door in te grijpen in de les wanneer dat nodig is.

Impulsiviteit, aandachtstekort en hyperactiviteit (theoretische achtergrond)

Impulsiviteit: Er is sprake van een gebrekkige impulscontrole. Een kind met een gebrekkige impulscontrole handelt meteen en denkt niet na over de gevolgen. Dit kan ertoe leiden dat zij (onnodig) fouten maken of zelfs verwondingen en ongelukken veroorzaken. Een impulsieve jongere analyseert een probleem niet en weegt geen mogelijkheden af, kan aanwijzingen en opdrachten moeilijk opvolgen en verstoort vaak bezigheden van anderen.
Aandachtstekort: Soms betreft het een gebrek aan selectieve aandacht. De jongere kan geen aandacht richten op belangrijke zaken en zich moeilijk voor prikkels afsluiten. De jongere is snel afgeleid, gaat van de ene taak naar de andere en gaat geen taken aan die meer inspanning vragen. Het komt vooral voor dat de jongere niet adequaat reageert of dat de jongere dingen vergeet.
Hyperactiviteit: Dit betekent druk gedrag. De jongere is dan motorisch onrustig; bijvoorbeeld druk bewegen, niet stil zitten en friemelen.
Samenhangende problemen: Lage frustratiedrempel, koppig, bazig en dwingend gedrag en leerproblemen. Ook stemmingswisselingen en een negatief zelfbeeld kunnen optreden. De impulsiviteit en druk gedrag, samen met bijkomende problemen, kunnen ernstige gevolgen hebben voor de cognitieve, emotionele, sociale ontwikkeling en de leerprestaties.

Doelgroep

De training is voor jongeren van 12 tot 16 jaar (dit mag naar boven of beneden worden aangepast als de situatie daarom vraagt). Deze jongeren zijn impulsief, druk en hebben aandachtsproblemen. In totaal heeft de training 8 bijeenkomsten: 5 groepsbijeenkomsten en 3 individuele bijeenkomsten. Er kunnen max. 6 à 8 jongeren deelnemen.
De ouders/opvoeders van de jongeren doen ook mee aan de training. Van hen wordt gevraagd vijf maal naar school te komen om ook te leren over de methodiek en hoe dit thuis toe te passen.

Doel van de training

Impulsieve jongeren te leren omgaan met hun gedrag zodat zij kunnen omgaan met taken en sociale situaties.
De opvoeders laten ervaren hoe zij hun kind achtereenvolgens kunnen leren stoppen, kijken, luisteren, plannetjes maken en handelen in de dagelijkse situaties. Via deze trainingen kunnen ook de jongeren zichzelf dit aanleren. De therapeutische doelen zijn:

  1. Vermindering van symptomen en probleemgedrag
  2. Verbetering zelfcontrole van de jongere
  3. Beter kunnen omgaan met sociale situaties
  4. Ouders/opvoeders kunnen thuis de methode gebruiken

Methodiek

De training is gebaseerd op “Remweg”, een therapie voor opvoeders van impulsieve kinderen met aandachtsproblemen.
De jongeren leert te stoppen, goed te kijken en te luisteren, een plan te maken, het plan uit te voeren en het plan te evalueren. Dit moet bij situaties gebeuren waar de jongere in de knel komt met zijn impulsiviteit, zijn niet-geconcentreerd zijn en/of hyperactiviteit (bijvoorbeeld bij het overleggen waar dat ene werkstuk nou over moet gaan). Dit wordt aangeleerd door middel van remvragen.

De vier remvragen:

1. Stop! Wat moet ik doen? (probleemoriëntatie en probleemdefinitie)
5. Kijken en luisteren
6. Hardop denken
2. Hoe kan ik het doen? (bedenken van een oplossingsstrategie)
7. Rustig doorwerken en goed opletten
8. Bij sociale situaties: is het fijn en eerlijk voor jou en mij?
3. Gebruik ik mijn plan? (uitvoeren van een oplossingsstrategie)
4. Hoe heb ik het gedaan? (evaluatie van de oplossingsstrategie)
9. Heb ik mijn plan gebruikt?
10. Heb ik het volgens de vier remvragen gewerkt?

Op deze manier wordt de training gestructureerd. Ook wordt er op deze manier gekeken wat het beste is voor de jongere, maar ook voor diens omgeving. De jongere wordt geleerd om te kijken wat eerlijk én fijn is voor alle betrokken partijen.

In elke bijeenkomst wordt aandacht besteed aan een remvraag, zowel bij de jongeren als de ouders. Er worden ook taken uitgedeeld, met als doel de Stop-Denk-Doe methodiek aan te leren. Zowel de ouders als de leerlingen ontvangen een map.